September 12, 2018

In West-Europa spelen populistische partijen in op frustratie over de gevestigde orde maar vinden ze weinig aansluiting binnen het ideologische spectrum

Ideologie blijft een krachtige factor in hoe Europeanen belangrijke beleidsvragen zien

(Uli Deck/Picture Alliance via Getty Images)
(Uli Deck/Picture Alliance via Getty Images)

Deze tekst is vanuit het Engels vertaald in het Nederlands.

De sentimenten tegen de gevestigde orde die bijdragen aan het voeden van recente populistische bewegingen in West-Europa zijn te vinden aan de linker-, midden- en rechterkant van het ideologische spectrum, zo blijkt uit een nieuw rapport van het Pew Research Center.

Mensen die populistische opvattingen hebben, zijn gefrustreerd over traditionele instellingen, zoals hun nationale parlement en de Europese Unie. Ze zijn ook relatief bezorgd over de economie en bezorgd over de impact van immigranten op hun samenleving. Deze ontevredenheid kan gedeeltelijk de reden zijn waarom ze positiever tegenover populistische partijen staan. Toch neigen mensen, ongeacht populistische sentimenten, naar partijen die hun eigen ideologische oriëntatie weerspiegelen.

Ideologische verschillen tussen links en rechts blijven er meer toe doen dan populistische sympathieën als het gaat om hoe mensen de rol van de overheid in de economie, de rechten van homo’s en lesbiennes, de rol van vrouwen in de samenleving en zelfs de impact van immigratie zien.

Deze bevindingen komen uit een diepgaand Pew Research Center-opinieonderzoek dat de politieke ruimte in acht West-Europese landen in kaart heeft gebracht – Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk – gebaseerd op een onderzoek onder 16.114 volwassenen dat tussen 30 oktober en 20 december 2017 werd uitgevoerd.

In het nieuwe rapport van het Pew Research Center worden respondenten ingedeeld in groepen op basis van hun zelfplaatsing binnen het ideologische spectrum links-centrum-rechts, en ook op basis van hun populistische opvattingen, gemeten aan de hand van hun overtuiging of gewone mensen beter zouden zijn dan volksvertegenwoordigers in het oplossen van de problemen van het land en of de meeste volksvertegenwoordigers geven om de mening van mensen zoals zij. Deze combinatie van ideologie en de houding tegen de gevestigde orde leidt tot de identificatie van zes politieke groepen: Linkse populisten, linkse mainstream, midden-populisten, midden-mainstream, rechtse populisten en rechtse mainstream. De belangrijkste bevindingen van deze analyse omvatten:

Overheid en de economie: De kloof tussen links en rechts kleurt de opvattingen over de rol van de overheid in de economie meer dan de scheidslijn tussen populisten en de mainstream groepen. In het VK bijvoorbeeld denken bijna zeven op de tien respondenten van de Linkse mainstream groep(68%) dat de overheid mensen moet helpen een redelijke levensstandaard te hebben. Slechts ongeveer een derde van de Rechtse mainstream (32%) is het hiermee eens, met een verschil van 36 procentpunten. Over dit onderwerp zijn de verschillen tussen de populistische en mainstream groepen in het VK op elk punt op ideologische schaal veel kleiner – een verschil van 16 punten tussen Rechtse populisten en de Rechtse mainstream, 11 punten tussen de twee groepen aan de linkerkant en slechts 4 punten tussen de middelste groepen.

Populisme en immigratie: Links-rechts-ideologie is de meest prominente kloof in publieke attitudes over immigranten. Toch zijn respondenten met populistische opvattingen binnen het links-rechtse spectrum consequent negatiever tegenover immigranten dan degenen in de mainstream groepen  die hun ideologische positie delen. In Nederland bijvoorbeeld, zijn zowel linkse populisten als linkse mainstream respondenten minder geneigd dan hun respectievelijke tegenhangers aan de rechterkant om te zeggen dat immigranten het risico op terroristische aanslagen vergroten. Tegelijkertijd uiten linkse populisten (38%) nog steeds grotere zorgen dan de linkse mainstream groep (26%). Op dezelfde manier hebben de populistengroepen in Nederland in het midden en rechts van het ideologische spectrum bij een aantal vragen over immigranten over het algemeen een negatievere houding dan de mainstream groepen die zich in het midden en rechts van het ideologische spectrum bevinden. In bijna alle onderzochte landen hebben rechtse populisten doorgaans de negatiefste houding tegenover immigranten.

Wantrouwen tegenover instellingen: Binnen het ideologische spectrum delen mensen met populistische opvattingen een diepe onvrede over traditionele instellingen, waaronder de nationale overheden, de nieuwsmedia, banken en de EU. In feite zijn populistische opvattingen vaak een grotere scheidslijn dan ideologie met betrekking tot opvattingen over de in Brussel gevestigde organisatie. In Nederland zeggen bijvoorbeeld ongeveer zes op de tien respondenten of minder binnen de drie bestudeerde populistische groepen dat de EU goed is geweest voor de economie van hun land, vergeleken met driekwart of meer van degenen in de mainstream groepen ­- zij het links, midden of rechts.

Politieke partijen: Hoewel mensen met populistische opvattingen vaker populistische partijen ondersteunen dan respondenten in mainstream groepen, hebben ze de traditionele partijen nog niet de rug toegekeerd. In plaats daarvan laat het onderzoek zien dat ze partijen ondersteunen die aansluiten bij hun ideologische positie. Frankrijk is een duidelijk voorbeeld van deze dynamiek. Meer dan vier op de tien van zowel de rechtse mainstream respondenten (46%) als de rechtse populisten (44%) hebben een positief beeld van de Republikeinen (LR), de traditionele, rechtsgeoriënteerde partij in Frankrijk. Voor minder dan twee op de tien respondenten in de linkse mainstream groep (15%) en linkse populisten (11%) geldt hetzelfde. Beide groepen aan de linkerkant hebben positievere opvattingen dan de groepen aan de rechterkant van de traditionele, links georiënteerde, Socialistische Partij (PS). De twee populistische partijen in Frankrijk die zich aan de uiteinden van het ideologische spectrum bevinden – het Nationale Front rechts, geleid door Marine Le Pen, en La France Insoumise links, geleid door Jean-Luc Mélenchon, hebben de sterkste aantrekkingskracht op de respondenten van hun respectieve ideologische kampen die populistische opvattingen hebben.

Over LGBT-rechten, geslachtsbepalende rollen: De meeste mensen in West-Europa vinden dat homoseksuele mannen en vrouwen wel kinderen zouden mogen adopteren, en velen geloven ook dat het gezinsleven beter is wanneer vrouwen een voltijdbaan hebben. Hoewel deze meningen vrij wijdverspreid zijn, zijn mensen met een ideologisch linkse achtergrond eerder geneigd om deze opvattingen te hebben dan die aan de rechterkant. Populistische sympathieën spelen op dit gebied een beperktere rol.

Het volledige rapport is alleen beschikbaar in het Engels.